Op vraag van de overeenkomstencommissie vroedvrouwen – verzekeringsinstellingen werd een beschrijvende studie uitgevoerd om de uitgavenstijging in de sector te verklaren, en dit tengevolge van de vraag van de minister van sociale zaken bij het bepalen van de globale begrotingsdoelstelling voor 2006 om als voorlopige correctiemaatregel een vermindering met 10% van het honorarium voor verloskundige assistentie toe te passen.
|
Deze studie moet de overeenkomstencommissie toelaten meer inzicht te krijgen in de uitgavenstijging die in de boekhoudkundige gegevens van het RIZIV wordt vastgesteld om op basis daarvan eventueel meer gerichte nomenclatuuraanpassingen te kunnen voorstellen .
|
-
Evolutie van 2000 tot 2004 (verstrekkingsdatum)
-
Worden stijgende uitgaven verklaard door een grotere groep rechthebbenden die verzorgd worden, of worden er meer verstrekkingen verricht bij een zwangere/moeder?
-
Aantal verlossingen (verricht door vroedvrouw, gynaecoloog of huisarts)
-
Stelt men een kortere verblijfsduur vast in de materniteiten?
Heeft dit invloed op de postnatale zorg thuis?
-
Verband (cumul) tussen pre- en postnatale zorg verricht door vroedvrouwen en raadplegingen gynaecologen
-
Evaluatie attestering per ziekenhuis (o.a. gebeurt het aanrekenen van de hulp door een vroedvrouw bij een door een geneesheer verrichte verlossing systematisch)
-
Profielen van de vroedvrouwen: uitgaven per vroedvrouw en verdeling van de vroedvrouwen volgens type activiteit (vnl. thuisbevallingen, enkel assistentie bij verlossing in ziekenhuis, enkel pre- en postnatale zorg, ...)
|